ECLI:NL:GHDHA:2018:718
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in netwerkpleeggezin
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind bij netwerkpleegouders heeft verleend. De moeder oefent het gezag uit, maar de gecertificeerde instelling stelt dat de minderjarige ernstige ontwikkelingsachterstanden en hechtingsproblemen heeft, waardoor uithuisplaatsing noodzakelijk is.
De moeder betoogt dat zij haar leven heeft gestabiliseerd en de band met haar kind wil herstellen, terwijl de gecertificeerde instelling wijst op haar beperkte opvoedingsvaardigheden en het onvermogen om aan de bijzondere zorgbehoeften van het kind te voldoen. Het hof overweegt dat de machtiging op juiste gronden is verleend, mede gelet op eerdere ernstige zorgen zoals fracturen en acuut leverfalen bij het kind.
Het hof stelt vast dat artikel 30p Rv niet van toepassing is omdat het verzoekschrift vóór 1 september 2017 is ingediend. Ondanks positieve ontwikkelingen bij de moeder, is de uithuisplaatsing in het belang van het kind. Het hof bekrachtigt de beschikking en wijst het beroep van de moeder af, met het advies duidelijke afspraken te maken over voorwaarden voor eventuele terugplaatsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de netwerkpleegouders en wijst het hoger beroep van de moeder af.