ECLI:NL:GHDHA:2018:725
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering uitbreiding omgangsregeling en intrekking schriftelijke aanwijzing
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die haar niet-ontvankelijk verklaarde in haar verzoek tot vernietiging van een fictief weigeringsbesluit en uitbreiding van de omgangsregeling met haar minderjarige kinderen. De gecertificeerde instelling had niet tijdig beslist op haar verzoek om een wekelijkse bezoekregeling, wat volgens de moeder een fictieve weigering opleverde. De rechtbank oordeelde echter anders en wees haar verzoek af.
In hoger beroep heeft het hof geoordeeld dat de moeder ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en heeft haar alsnog ontvankelijk verklaard. Het hof heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en vastgesteld dat de omgangsregeling van één keer per twee weken gedurende een uur, zoals vastgelegd in een schriftelijke aanwijzing van de gecertificeerde instelling, passend is. De zorgelijke gedragsproblemen van de minderjarigen, waaronder woedeaanvallen en zelfverwonding bij de oudste en een zeldzame aandoening bij de jongste, maken een ruimere omgangsregeling niet wenselijk.
Het hof heeft daarom het verzoek van de moeder tot vernietiging van het fictieve weigeringsbesluit en tot uitbreiding van de omgangsregeling afgewezen. De bestreden beschikking is vernietigd en het hof heeft opnieuw beslist conform deze overwegingen.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de moeder tot uitbreiding van de omgangsregeling af en bevestigt de bestaande regeling.