ECLI:NL:GHDHA:2018:749
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- E.A. Mink
- I. Obbink-Reijngoud
- N.P.C. van Wijk
- Rechtspraak.nl
Toekenning eenhoofdig gezag aan moeder en ontzegging omgang vader wegens jarenlange ouderlijke strijd
In deze civiele zaak stond de vraag centraal wie het gezag over de minderjarige moet krijgen en of omgang met de vader mogelijk is. De ouders voeren al jaren een conflict dat de ontwikkeling van het kind ernstig belemmert. Diverse onderzoeken en hulpverleningstrajecten liepen spaak door gebrek aan medewerking, vooral van de moeder, en tegenwerking van de vader.
Het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) onderzoek kon niet starten vanwege onduidelijkheden en bezwaren vanuit de moeder en de psycholoog van het kind. De vader heeft door zijn gedrag de vertrouwensband tussen het kind en zijn psycholoog verstoord en verhindert de wisseling van huisarts, waardoor het kind zonder vertrouwenspersoon is. De minderjarige is bang en boos op zijn vader, die volgens rapporten agressief gedrag vertoont.
Het hof concludeert dat de verhoudingen tussen de ouders zodanig verstoord zijn dat gezamenlijk gezag niet in het belang van het kind is. Daarom wordt het gezag aan de moeder toegekend. Om het welzijn van het kind te beschermen, wordt de omgang met de vader ontzegd omdat dit ernstige nadelen voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind zou opleveren. De eerdere beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de omgangsregeling komt te vervallen.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder en ontzegt de vader het omgangsrecht wegens ernstige nadelen voor de minderjarige.