ECLI:NL:GHDHA:2019:1018
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring onderzoek eerste aanleg wegens psychische gesteldheid verdachte
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Den Haag het onderzoek in eerste aanleg van 3 april 2018 nietig verklaard. Hoewel de dagvaarding aan de verdachte persoonlijk was uitgereikt, was de verdachte vanwege zijn psychische gesteldheid niet in staat om de gevolgen van zijn handelen te overzien en maatregelen te treffen om op de terechtzitting aanwezig te zijn.
De verdediging had verzocht om terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Rotterdam, omdat de rechter in eerste aanleg niet aan de behandeling ten gronde had mogen toekomen. De advocaat-generaal verzette zich hiertegen, stellende dat de zaak inhoudelijk was behandeld. Het hof oordeelde echter dat het onderzoek ten onrechte was aangevangen en verklaarde het nietig.
Het vonnis waarvan beroep werd vernietigd en de zaak werd verwezen naar de politierechter in de rechtbank Rotterdam om met inachtneming van dit arrest opnieuw recht te doen. De zaak wordt aldus voortgezet in de stand van het onderzoek op het moment van de terechtzitting in eerste aanleg.
Uitkomst: Het onderzoek in eerste aanleg is nietig verklaard en de zaak is terugverwezen naar de politierechter voor verdere behandeling.