ECLI:NL:GHDHA:2019:1165
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging uithuisplaatsing minderjarige wegens weigering moeder tot medewerking
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind in een pleegzorgvoorziening. De moeder betwistte de noodzaak van uithuisplaatsing en verwees naar haar bereidheid tot hulpverlening, hoewel zij later medewerking aan persoonlijkheidsonderzoek en gezinsopname weigerde.
De gecertificeerde instelling stelde dat er ernstige zorgen bestonden over de opvoedingssituatie, waaronder leerachterstand, hoog schoolverzuim, en een verstoorde hechtingsrelatie. De moeder stond hulpverleners vijandig tegenover en hield geen contact met de minderjarige sinds de uithuisplaatsing.
Het hof overnam de feiten en motieven van de rechtbank en concludeerde dat voldaan is aan de wettelijke vereisten voor uithuisplaatsing. De weigering van de moeder om mee te werken aan onderzoek en hulpverlening maakt een terugplaatsing onhaalbaar. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking en wees het beroep af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige en wijst het beroep van de moeder af.