Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
- zichzelf aftrekken in haar aanwezigheid en/of
- tonen van zijn penis aan haar en/of
- het toestaan dat zij haar hand dicht bij zijn penis houdt en haar hand laat meebewegen met de zijne, terwijl hij zich met zijn hand aftrekt en/of
- tonen of voordoen van zogenaamde seksstandjes en/of het (daarbij) houden van zijn (stijve) penis op korte afstand van haar lichaam en/of
- haar vertellen over zijn seksuele ervaring(en) en/of
- samen met haar douchen en zich daarbij aftrekken en/of
- samen met haar zich omkleden (in een badhokje).
Vordering van de advocaat-generaal
een ofmeerdere tijdstip
(pen
)in
of omstreeksde periode van 04 februari 2010 tot en met 3 februari 2014
te Ameide, gemeente Zederik, en/of Ouddorp, gemeente Goedereede ([vakantiepark]) en/of Tienhoven, gemeente Zederik ([camping]), in elk gevalin Nederland
, (meermalen) (telkens
)met
/of
/of
/of
en/of
Het middel neemt terecht tot uitgangspunt dat van ontucht met een minderjarige als bedoeld in de art. 247 en Pro 249, eerste lid, Sr ook sprake kan zijn ingeval geen lichamelijke aanraking tussen de verdachte en de desbetreffende minderjarige heeft plaatsgevonden.
Of de feitenrechter in een zodanig geval heeft kunnen oordelen dat een bewezenverklaarde gedraging het plegen van ontucht “met” een zodanige minderjarige oplevert, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Voor wat betreft de bewezenverklaarde seksuele gedragingen van de verdachte die niet met lichamelijk contact gepaard gingen, kan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet meer worden afgeleid dan dat de verdachte de minderjarigen zonder daarbij iets van hen te verlangen, met die gedragingen heeft geconfronteerd, terwijl overigens die bewijsmiddelen niets inhouden omtrent enige voor het plegen van ontucht met die minderjarigen relevante interactie tussen de verdachte en die minderjarigen.
- de door de rapporteurs ingeschatte kans op recidive;
- de verdachte is niet eerder behandeld;
- de door de verdachte getoonde motivatie voor behandeling;
- de mogelijkheid om de risico’s en aanbevolen voorwaarden in een ander kader dan met de maatregel van terbeschikkingstelling te ondervangen.
gevangenisstrafvoor de duur van
20 (twintig) maanden.
5 (vijf) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 5 (vijf) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
60 (zestig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: