Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
arrest van 21 mei 2019
MCCAIN FOODS HOLLAND B.V.,
MCCAIN FOODS EUROPE B.V.,
de vennootschap naar vreemd recht J.R. SIMPLOT COMPANY,
Het geding
- namens McCain op 3 december 2018 producties 5 tot en met 7 en op 14 december 2018 een nadere kostenopgave;
- namens Simplot op 30 november 2018 producties 35 tot en met 37 en op 14 december 2018 een nadere kostenopgave (productie 38).
Beoordeling van het hoger beroep
uitsluitenddoor de technische functie worden bepaald, zoals een beroep op de nietigheidsgrond van artikel 8 GModVo Pro vereist. Tijdens het pleidooi in hoger beroep heeft mr. Van der Dussen aangegeven dat niet het verweer wordt gevoerd dat het model technisch bepaald is, zodat het hof ervan uitgaat dat dit verweer niet aan de orde is. Voormelde stellingen van McCain kunnen naar het voorlopig oordeel van het hof ook niet afdoen aan de vrijheid van de ontwerper. McCain heeft de stelling van Simplot dat de snijmachine juist ontworpen is om het Model te kunnen maken en beide partijen een speciale productielijn voor deze friet hebben erkend, althans niet betwist. Ook heeft McCain de stelling van Simplot dat de gestelde gebruiksvoordelen niet met de vorm maar de samenstelling van het product te maken hebben niet betwist. In de MvG stelt McCain overigens zelf dat voor de vormgeving is gekozen vanwege de authentieke uitstraling, waaraan blijkens markonderzoek behoefte bestaat en (dus) niet vanwege functionele of technische vereisten. Het hof gaat, ook gelet op de door Simplot onbetwist gestelde omstandigheid dat vele verschillende vormen van aardappelproducten op de markt zijn, voorshands uit van een aanzienlijke mate van vrijheid voor de ontwerper.
dit kort gedingrelevant meer werkzaamheden noodzakelijk of redelijk waren dan voor een normaal kort geding. Dat geldt ook voor de omstandigheid dat naast een verbodsvordering een inzagevordering is ingesteld (voldoening aan de eisen die gelden voor toewijzing van een verbodsvordering maakt dat ook voldaan is aan een deel van de eisen die gelden voor toewijzing van een inzagevordering) en de hoeveelheid prior art waarop McCain zich heeft beroepen (waarbij het hof opmerkt dat het beroep op die prior art merendeels met dezelfde argumenten kon worden weerlegd). Met name zijn voormelde omstandigheden onvoldoende reden om dit kort geding als een complex kort geding in de zin van de Indicatietarieven aan te merken. Dat McCain de gevorderde kosten niet heeft betwist, doet aan het bovenstaande niet af daar het hof ambtshalve beslist over de hoogte van deze kosten. Bovendien stelt McCain in de MvA inc. dat het toegewezen bedrag wel degelijk kan worden beschouwd als een significant en passend deel van de redelijke kosten van Simplot. De incidentele grief faalt derhalve, zodat het vonnis ook in incidenteel beroep zal worden bekrachtigd, met veroordeling van Simplot in de kosten van dit beroep.