ECLI:NL:GHDHA:2019:1513
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- A.H.N. Labohm
- C.M. Warnaar
- A.C. Olland
- Rechtspraak.nl
Afwijzing straat- en contactverbod wegens ontbreken recente feiten en omstandigheden
In deze zaak heeft de vrouw hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de voorzieningenrechter die haar vorderingen tot het opleggen van een straat- en contactverbod tegen de man had afgewezen. De vrouw vorderde onder meer dat de man gedurende drie jaar geen contact met haar en de kinderen mocht opnemen en zich niet in een bepaald gebied mocht bevinden.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af omdat de vrouw geen recente incidenten had gesteld die het verbod rechtvaardigen. In hoger beroep stelde de vrouw dat de man haar structureel lastig viel en verwees zij naar eerdere veroordelingen en een woordenwisseling tussen de man en zijn zoon. De man voerde gemotiveerd verweer en betwistte de stellingen.
Het hof oordeelde dat de vrouw geen nieuwe feiten had gesteld die tot een ander oordeel konden leiden. De verklaring van de kinderen was onvoldoende specifiek en betrof geen recente gebeurtenissen. Het hof bekrachtigde daarom het bestreden vonnis en compenseerde de proceskosten tussen partijen, die ex-echtgenoten zijn.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat het straat- en contactverbod niet toewijst.