Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 22 januari 2019
[appellante] ,
[geïntimeerde 1]
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- De woning verkeerde in 2005 in slechte staat en diende nodig te worden gerenoveerd. [geïntimeerden] hebben in dat kader in de periode 2005-2008 diverse werkzaamheden uitgevoerd of laten uitvoeren en daarbij voor een bedrag aan € 18.850,31 aan kosten gemaakt;
- Daarnaast hebben [geïntimeerden] in deze periode de verzekeringspremie ten behoeve van de woning (totaal € 410,15) betaald en tot een bedrag van € 11.355,-- aan maandelijkse betalingen voor ‘woonkosten’ aan [appellante] gedaan. Al met al hebben zij voorafgaande aan de koop in 2008 aldus (€ 18.850,31 + € 410,15 + € 11.355,-- =) € 30.615,46 aan kosten gemaakt;
- Omtrent deze kosten is met [appellante] ten tijde van de aankoop van de woning in 2005 (via de telefoon) afgesproken dat deze in mindering zouden worden gebracht op de marktwaarde van de woning als [geïntimeerden] de woning zouden kopen. Ten tijde van de verkoop in 2008 is deze afspraak nog eens (telefonisch) bevestigd;
- Op grond van deze afspraak strekte op het bedrag van € 40.000,-- een bedrag van € 30.615,46 in mindering, zodat [geïntimeerden] nog € 9.384,54 in maandelijkse termijnen dienden te voldoen.
- Op 4 april 2014 hadden [geïntimeerden] inmiddels € 13.640,-- aan maandelijkse betalingen gedaan, zodat zij ruimschoots aan hun verplichtingen hebben voldaan.
“partijen zijn overeengekomen dat (de) renovatiekosten en de verzekeringspremies op de restantkoopsom van € 40.000,- in mindering mochten worden gebracht”. Zakelijk weergegeven en voor zover thans nog van belang heeft de rechtbank daartoe het volgende overwogen:
“bewijs [dienen] aan te dragen waaruit volgt dat partijen de afspraak over – kort gezegd – verrekening met de verbouwingskosten (…) hebben gemaakt”. Naar het hof begrijpt meent [appellante] dat de rechtbank hiermee ten onrechte de omvang van de bewijsopdracht heeft gewijzigd, omdat in de bewijsopdracht zoals deze in het tussenvonnis was verstrekt, van verrekening (in de zin van het tot hun gemeenschappelijk beloop tegen elkaar wegstrepen van vorderingen) geen sprake was.