Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 19 december 2011 tot en met 7 augustus 2013 te Rotterdam, althans in Nederland,
- tot een totaal van 826.001,00 euro of daaromtrent (door tussenkomst van één of meer bankrekeningen op naam van [medeverdachte 1]) en/of
- tot een totaal van 27.715,00 euro of daaromtrent (door tussenkomst van één of meer bankrekeningen op naam van [medeverdachte 2]),
althans (telkens) een of meer geldbedrag(en)
hij op of omstreeks 13 september 2014 te Rotterdam
hij
op een of meerdere tijdstip(pen) gelegenin of omstreeks de periode van
19 december 20112 maart 2012tot en met 7 augustus 2013
te Rotterdam, althansin Nederland,
althans éénmaal (telkens
)tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,
- tot een totaal van 826.001,00 euro
of daaromtrent(door tussenkomst van
één of meerbankrekeningen op naam van [medeverdachte 1]) en
/of- tot een totaal van 27.715,00 euro
of daaromtrent(door tussenkomst van
één of meerbankrekeningen op naam van [medeverdachte 2]),
althans (telkens) een of meer geldbedrag(en)de werkelijke aard en/ofde herkomst
en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/ofheeft verhuld en
/ofheeft
verborgen en/ofverhuld wie de rechthebbende op
dat/die voorwerp
(en
)was
dan wel
althans (telkens) een of meer geldbedrag(en)
/ofzijn mededaders
(telkens)wist
(en
), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden,dat bovenomschreven voorwerp
(en
) (telkens
)geheel of gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - uit misdrijf afkomstig
was/waren;
hij op
of omstreeks13 september 2014 te Rotterdam
, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende heroïne, zijnde een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Er is volgens de raadsman sprake van een vormverzuim in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, welk verzuim dient te leiden tot bewijsuitsluiting.
2012-03-02, 20:59:14
3. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013 en documentcode 1401 151540.AMB inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 5],
4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013 en documentcode 1312100730.AMB, inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 5],
Er wordt in de maand juli € 7493,00 gestort.
Er wordt in de maand augustus € 4000,00 gestort.
5. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013 en documentcode 1402031520.AMB, inhoudende de bevindingen van verbalisant P.J.N. Wijfje,
doorgenummerde p. 938 e.v., voor zover daarin is gerelateerd:
6. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013 en documentcode 1312191030.AMB, inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 6], doorgenummerde p. 192, voor zover daarin is gerelateerd:
7. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013 en documentcode 1401161515.AMB, inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 7], doorgenummerde p. 193 e.v. voor zover daarin is gerelateerd:
8. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013 en documentcode 1309061700.AMB, inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 8], doorgenummerde p. 640 e.v. voor zover daarin is gerelateerd:
9. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013 en documentcode 1401291035.AMB, inhoudende als bevindingen van verbalisant [verbalisant 9], doorgenummerde p. 173 e.v. voor zover daarin is gerelateerd:
Uit het overzicht komt naar voren dat op 4 september 2012 zeven stortingen van [platform] plaatsvinden op de SNS bankrekening [rekeningnummer] ten name van [medeverdachte 1] voor in totaal een bedrag van € 1.468,00 en dat om 13:12 uur een bedrag van € 1.400,00 gepind wordt bij een geldautomaat. Vermoedelijk is het gebruikelijke bedrag dat dagelijks gepind mag worden lager dan € 1.400,00 en daarom wordt op 4 september 2012 via internet de limiet van de betaalpas met volgnummer 005 voor SNS Geldautomaten tijdelijk aangepast. Het feit dat geen andere transactie) via internet is aangetroffen op het transactieoverzicht, doet vermoeden dat de hiervoor vermelde actie ‘tekenen’ betrekking heeft op het ophogen van de opnamelimiet. Vervolgens zag ik dat met hetzelfde IP-adres [IP-adres 1] om 11:35:15 uur is ingelogd op MijnING van de klant [verdachte].
10. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013, met documentcode 1310291130.AMB, inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 10], doorgenummerde p. 720 e.v. voor zover daarin is gerelateerd:
11. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL17R2-684/2013 met documentcode 402251005.AMB, inhoudende de bevindingen van verbalisant [verbalisant 5], doorgenummerde p. 580 e.v. voor zover daarin staat gerelateerd:Bij het proces-verbaal met documentcode 1310291130.AMB is als bijlage 3 een overzicht gevoegd van 1094 mutaties met IP-adressen waarmee is ingelogd dan wel getracht is in te loggen op het account van verdachte [medeverdachte 1] bij [platform]. Uit dit overzicht bleek dat sprake was van 378 verschillende IP-adressen. Ik heb deze IP-adressen vergeleken met een van de website https:/metrics.torproject.org/data.html#exitlist verkregen overzicht van in de maanden maart 2012 tot en met augustus 2013 actieve TOR-exit nodes. Van de 378 IP-adressen in de [platform]-mutaties kwamen 354 voor op deze lijst van TOR-exit nodes.
13. De verklaring van de verdachte, gegeven ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 12 juni 2019, voor zover inhoudende:
17. Een deskundigenrapport van het NFI met nummer 2014.09.18.107 van 25 september 2014, inhoudende de verklaring van ing. A.G.A. Sprong.
1) is er direct bewijs voor brondelicten?
2) zo nee, zijn de aangedragen feiten van dien aard dat sprake is van een concreet witwasvermoeden?
€ 27.715,00 op bankrekeningen op naam van [medeverdachte 2] uitbetaald. Deze gelden vormen de opbrengst van aan andere gebruikers op het [platform]-platform verkochte Linden Dollars. Deze Linden Dollars zijn door [medeverdachte 1] verkregen na betalingen in bitcoin. De verdachte had toegang tot de internetbankieromgevingen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. Daarnaast had de verdachte toegang tot het [platform]-account van [medeverdachte 1]. Voorts kon hij met de bijbehorende pinpassen de gelden van de betreffende bankrekeningen contant opnemen.
- Het meermalen binnen een relatief korte periode vanaf verschillende bankrekeningen opnemen van aanzienlijke contante bedragen, geheel of in delen, zonder een kennelijke economische noodzaak, in combinatie met het meermalen giraal ontvangen van bedragen (waarbij die bedragen kennelijk afkomstig zijn uit de verkoop van virtuele betaalmiddelen).
- Het omzetten van bitcoins in Linden Dollars en vervolgens in euro’s, die contant zijn opgenomen, vormt een onderbreking van de “paper trail” die niet anders verklaard kan worden dan als gericht op het verdoezelen van de werkelijke herkomst van dat geld.
- De Linden Dollars werden verkocht in kleinere porties (tussen de 80 en 300 euro), waardoor deze transacties minder snel in het oog springen bij de beheerders van het [platform]-platform.
medeplegen vanwitwassen, meermalen gepleegd.
De geldbedragen waren grotendeels afkomstig van darkwebmarkt Silk Road en werden via [platform], een platform voor de handel in virtuele valuta, in kleine hoeveelheden bijgeschreven op de bankrekeningen van twee zogenaamde moneymules. Vervolgens werden de geldbedragen telkens direct nadat ze waren bijgeschreven op die bankrekeningen, contant opgenomen. Aldus zijn op grote schaal bitcoins afkomstig van een darkwebmarket omgezet in contante euro’s en is de werkelijke herkomst van deze gelden daardoor verhuld.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
90 (negentig) weken;
32 (tweeëndertig) weken,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;