ECLI:NL:GHDHA:2019:1942
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatige doorzoeking auto bij hennepteeltzaak
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 weken wegens het bezit en de teelt van hennep, alsmede diefstal van stroom. In hoger beroep werd aangevoerd dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege ernstige procesrechtelijke fouten bij het vergaren van belastend bewijs. Daarnaast werd gesteld dat de doorzoeking van de auto onrechtmatig was omdat de verdachte geen toestemming had gegeven en er geen wettelijke grondslag was voor de doorzoeking.
Het hof oordeelde dat de verklaring van een getuige, die door een opsporingsambtenaar was opgetekend maar door de getuige zelf werd ontkend, weliswaar twijfel opriep, maar niet leidde tot niet-ontvankelijkheid van het OM. De kern van het oordeel lag bij de doorzoeking van de auto: het hof stelde vast dat de opsporingsambtenaren onvoldoende grond hadden voor een redelijk vermoeden dat er drugs in de auto aanwezig waren, en dat de verdachte geen toestemming had gegeven voor de doorzoeking.
Daardoor was sprake van een ernstig vormverzuim en een schending van het recht op privacy zoals gewaarborgd in artikel 8 EVRM Pro. Het gevolg was bewijsuitsluiting van de in de auto aangetroffen hennep en documenten, alsmede van het daarop gebaseerde bewijs van de hennepkwekerij en stroomdiefstal in het pand. Omdat zonder dit bewijs onvoldoende wettig en overtuigend bewijs overbleef, sprak het hof de verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting na onrechtmatige doorzoeking van zijn auto.