ECLI:NL:GHDHA:2019:1976
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling met toekenning van de schone lei na herstel nakoming verplichtingen
Appellante was onderworpen aan een schuldsaneringsregeling die door de rechtbank Den Haag op 12 mei 2016 werd uitgesproken. Op 17 mei 2019 werd haar de schone lei onthouden wegens toerekenbare tekortkomingen in de nakoming van informatie- en afdrachtverplichtingen en het ontstaan van nieuwe schulden.
Appellante stelde in hoger beroep dat zij inmiddels aan alle verplichtingen had voldaan en verzocht het hof alsnog de schone lei toe te kennen. De bewindvoerder bevestigde dat de informatieverplichting was nagekomen en dat door het nazenden van ontbrekende stukken een herberekening van het vrij te laten bedrag mogelijk was, wat leidde tot een storting van € 1.772,73 waarmee nieuwe schulden aan de Belastingdienst konden worden voldaan.
Het hof oordeelde dat geen sprake meer was van tekortkomingen in de nakoming van de schuldsaneringsverplichtingen. Daarom vernietigde het het bestreden vonnis en stelde vast dat appellante niet tekort was geschoten. De schuldsaneringsregeling wordt beëindigd met toekenning van de schone lei, waarbij de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen eindigen op 12 mei 2019 en de vorderingen waarvoor de regeling geldt niet langer afdwingbaar zijn.
Uitkomst: De schone lei wordt toegekend en de schuldsaneringsregeling beëindigd wegens herstel van nakoming verplichtingen.