Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[naam verdachte],
hij op of omstreeks 02 augustus 2014 te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas, althans in Nederland,
hij op of omstreeks 02 augustus 2014 te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas,
hij op of omstreeks 02 augustus 2014 te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas,
hij op of omstreeks 02 augustus 2014 te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas,
hij op of omstreeks 22 januari 2015 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 16 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2014 tot en met 22 januari 2015 te Rotterdam, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [straatnaam]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 153 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;
hij in of omstreeks de periode van 9 oktober 2014 tot en met 22 januari 2015 te Rotterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning/pand (gevestigd aan de [straatnaam]) (meermalen) (telkens) heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit/stroom, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Standpunt van de verdediging
Beoordeling door het hof
Standpunt van het Openbaar Ministerie
Standpunt van de verdediging
hoodiezou hebben gedragen en dus delen van het gezicht niet zichtbaar zijn geweest. Dat maakt dat de herkenning van een paar maanden later sowieso volstrekt onbetrouwbaar en onbruikbaar is.
Beoordeling door het hof
- Het hof heeft ter terechtzitting van 1 juli 2019 [medeverdachte 2] ontzegd zich te beroepen op haar verschoningsrecht voor zover het vragen betrof met betrekking tot de herkenning van de verdachte, de foslo-confrontatie en het opstellen van de compositietekening, zodat de verdediging haar op die punten ten overstaan van de rechters die in hoger beroep over de zaak van de verdachte hebben geoordeeld heeft kunnen ondervragen;
- De verdediging is aanwezig geweest bij de verklaring die [medeverdachte 2] op vragen van het hof heeft afgelegd als verdachte in haar eigen strafzaak, bij welke gelegenheid [medeverdachte 2] ook is ondervraagd over andere onderdelen van haar eerdere verklaringen. Op verzoek van de verdediging is van deze verklaring een proces-verbaal opgemaakt en gevoegd in de zaak van de verdachte;
- De verdediging heeft vervolgens (ook in hoger beroep) de mogelijkheid gehad de door [medeverdachte 2] afgelegde verklaringen te betwisten en heeft daar ook (ruimschoots) gebruik van gemaakt.
constitutievevoorwaarde dat het hof ‘zou neigen enigerlei materiaal uit het dossier als bewijs te hanteren’. In verband hiermee overweegt het hof als volgt.
hij op
of omstreeks 02 augustus 2014 te Nieuwerkerk aan den IJssel, gemeente Zuidplas,
althans in Nederland,tezamen en in vereniging met
een ander ofanderen,
althans alleen,opzettelijk en met voorbedachte rade, een persoon genaamd [slachtoffer] van het leven heeft beroofd,
pistool en/of (hagel
)geweer,
althans een vuurwapen, één of meerkogel
(s
)in het lichaam van die [slachtoffer] af
te vurengevuurd en/of (met kracht) met een hamer, althans een hard en/of zwaar en/of stomp voorwerp, tegen/op het hoofd van die [slachtoffer], heeft geslagen,
hij op
of omstreeks22 januari 2015 te Rotterdam opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 16 gram
cocaïne, in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I
, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij in
of omstreeksde periode van 9 oktober 2014 tot en met 22 januari 2015 te Rotterdam,
opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk gevalopzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [straatnaam]) een hoeveelheid van
(in totaal
) ongeveer153 hennepplanten,
althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II
, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) jaren.