ECLI:NL:GHDHA:2019:1992
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Vermindering partneralimentatie wegens aanwending ontslagvergoeding voor inkomensdaling
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin haar verzoek tot vermindering of nihilstelling van de partneralimentatie werd afgewezen. Zij betoogde dat haar ontslagvergoeding mede moest worden aangewend voor het compenseren van haar pensioenbreuk en inkomensdaling.
Het hof overwoog dat de ontslagvergoeding volledig moet worden toegerekend aan de periode van werkloosheid tot haar pensioen in mei 2025. De vrouw slaagde er niet in te onderbouwen dat een deel van de vergoeding specifiek voor het pensioen was bestemd. Het hof volgde de rechtbank dat de vergoeding bedoeld is ter aanvulling van het lagere inkomen na ontslag.
Vanaf 1 mei 2020 valt de vrouw terug op een IOW-uitkering, wat een aanzienlijke inkomensachteruitgang betekent. Het hof stelde de partneralimentatie vanaf die datum op nihil, omdat de man anders financieel beter zou af zijn dan de vrouw. De overige vorderingen werden afgewezen en de kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 1 mei 2020 op nihil gesteld vanwege de inkomensachteruitgang van de vrouw.