ECLI:NL:GHDHA:2019:2094
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontnemingsvordering wegens mensenhandel tegen jeugdige veroordeelde
In deze zaak ging het om een hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam waarin aan de verdachte, een jeugdige veroordeelde, ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd opgelegd ter zake van mensenhandel.
De rechtbank had het bedrag vastgesteld op €19.046,67 en de verdachte verplicht tot betaling aan de Staat. Het Openbaar Ministerie had aanvankelijk een hoger bedrag gevorderd, maar beperkte dit tijdens de procedure tot €25.709,-. De verdediging verzocht om matiging van het vast te stellen bedrag vanwege de jeugdige leeftijd van de veroordeelde en diens toekomstperspectief.
Het hof heeft de zaak inhoudelijk onderzocht en het verweer tot matiging verworpen. Het hof overwoog dat de jonge leeftijd, goede gezondheid en opleidingscapaciteiten van de veroordeelde juist goede mogelijkheden bieden om in de toekomst aan de betalingsverplichting te voldoen. Daarom werd het vonnis van de rechtbank bevestigd zonder matiging van het bedrag.
Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Den Haag op 19 maart 2019 en bevestigt de ontnemingsmaatregel van €19.046,67 aan wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Bevestiging van ontnemingsmaatregel van €19.046,67 zonder matiging voor jeugdige veroordeelde.