De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien dagen, waarvan tien voorwaardelijk, wegens diefstal van een politie lokfiets. Tegen dit vonnis stelde hij hoger beroep in. Het hof vernietigde het vonnis en verklaarde bewezen dat de verdachte op 16 januari 2019 te 's-Gravenhage een Sparta Pick-up fiets van Stichting Aanpak Voertuig Criminaliteit had weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen.
De verdediging voerde aan dat de verdachte de fiets slechts wilde lenen en dat hij wist dat het een lokfiets was met een volgsysteem. Het hof achtte dit niet aannemelijk en benadrukte dat voorafgaande toestemming ontbrak, waardoor sprake was van diefstal. Het hof nam ook mee dat de verdachte zich tijdelijk als heer en meester over de fiets had gedragen.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de recidive van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder een positieve verklaring van een maatschappelijk werkster. Desondanks vond het hof een onvoorwaardelijke korte gevangenisstraf passend. De verdachte had deze straf reeds in voorarrest uitgezeten, zodat de duur van vier dagen met aftrek van voorarrest werd opgelegd.
Het arrest werd gewezen door mr. T.B. Trotman, mr. A.L. Frenkel en mr. J.J.H.M. van Gennip en uitgesproken op 10 juli 2019.