ECLI:NL:GHDHA:2019:2230
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid moeder als gevolmachtigde jongmeerderjarige in echtscheidingsprocedure en vaststelling partneralimentatie
In deze civiele zaak ging het hoger beroep over de vraag of de moeder als gevolmachtigde van haar jongmeerderjarige kind bevoegd is een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie te verzoeken binnen de echtscheidingsprocedure. De man betwistte de ontvankelijkheid van dit verzoek en voerde tevens verweer tegen de echtscheiding en de hoogte van de partneralimentatie.
Het hof oordeelde dat de moeder als gevolmachtigde van de jongmeerderjarige wel ontvankelijk is om dit verzoek in te dienen, gebaseerd op artikel 827 lid 1 sub c Rv Pro en de parlementaire geschiedenis. De jongmeerderjarige zelf is niet als verzoekster opgetreden en wordt in hoger beroep niet als belanghebbende aangemerkt. De echtscheiding werd bekrachtigd omdat het huwelijk duurzaam is ontwricht, zonder uitzicht op herstel.
Met betrekking tot de partneralimentatie nam het hof het WW-inkomen van de man als uitgangspunt en hield rekening met zijn woonlasten en andere kosten. De draagkracht van de man werd vastgesteld op €318 per maand, waaruit na aftrek van de kinderalimentatie een partneralimentatie van €34 bruto per maand volgt. De kosten van het hoger beroep worden door partijen ieder zelf gedragen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de echtscheiding, verklaart de jongmeerderjarige niet-ontvankelijk in het incidenteel hoger beroep en stelt de partneralimentatie vast op €34 bruto per maand.