ECLI:NL:GHDHA:2019:2245
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Vernietiging partneralimentatiebeschikking wegens onvoldoende onderbouwing behoefte vrouw
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin partneralimentatie aan de vrouw was toegewezen. De man stelde dat hij de beschikking niet tijdig had ontvangen en betwistte de behoefte van de vrouw en zijn draagkracht.
Het hof oordeelde dat de man ontvankelijk was in zijn hoger beroep omdat de beschikking niet aan hem was betekend volgens de wettelijke regels en hij pas later via zijn advocaat in Turkije bekend werd met de beschikking. De man deed tevens een zelfstandig verzoek tot beëindiging van de alimentatieverplichting, maar dit verzoek werd niet ontvankelijk verklaard omdat het niet voor het eerst in hoger beroep kon worden ingediend.
Ten aanzien van de behoefte van de vrouw stelde het hof vast dat zij onvoldoende had onderbouwd waarom zij recht had op de gevorderde partneralimentatie van € 3.500,- per maand. De vrouw had nagelaten relevante stukken te overleggen die haar behoefte en kosten van levensonderhoud inzichtelijk maakten. Het hof vernietigde daarom de bestreden beschikking en wees het verzoek van de vrouw alsnog af. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: De partneralimentatiebeschikking wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de behoefte van de vrouw en het verzoek tot alimentatie wordt afgewezen.