ECLI:NL:GHDHA:2019:2263
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake misbruik van bevoegdheid bij executoriale verkoop woning
Appellante verkreeg in 2007 een hypothecaire lening bij ABN Amro voor de aankoop van een flatwoning. Na ernstige ziekte ontstonden betalingsachterstanden, waarop ABN Amro de lening opzegde en de woning ter executoriale verkoop aanbood. Appellante vorderde in kort geding staking van de executie wegens misbruik van bevoegdheid en schending van de zorgplicht door de bank.
De voorzieningenrechter wees de vordering af, waarna appellante hoger beroep instelde. Het hof oordeelde dat ABN Amro gerechtigd was tot executie, nu appellante in verzuim was en geen concreet voorstel tot aflossing had gedaan. De zorgplicht van ABN Amro werd niet geschonden, mede omdat appellante zich had laten adviseren door een onafhankelijke partij en bewust risico's had aanvaard.
Het beroep op misbruik van bevoegdheid faalde omdat het belang van ABN Amro bij executie niet onevenredig was ten opzichte van het belang van appellante. Ook de redelijkheid en billijkheid beperkende werking gaf geen andere uitkomst. Het hoger beroep werd afgewezen en appellante werd veroordeeld in de kosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd met veroordeling van appellante in de proceskosten.