De verdachte, werkzaam als financieel administrator voor meerdere BV’s, heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering door gedurende ruim 16 maanden grote bedragen van in totaal €350.175,- over te maken naar zijn eigen rekening en deze vervolgens door te storten naar derden. Dit gebeurde in de periode van oktober 2015 tot februari 2017.
In eerste aanleg werd de verdachte vrijgesproken van het primair ten laste gelegde feit, maar veroordeeld voor het subsidiair ten laste gelegde tot 16 maanden gevangenisstraf. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen. Het hof bevestigt dit vonnis, maar vernietigt het deel over de strafoplegging en legt een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf op.
De advocaat-generaal had gevorderd om een schadevergoedingsmaatregel op te leggen, maar het hof wijst deze af omdat de benadeelde partijen al een executoriale titel hebben en de kosten van executie hoog zijn. Het hof benadrukt dat de verdachte het vertrouwen van zijn opdrachtgevers ernstig heeft geschonden en grote financiële schade heeft veroorzaakt. Mede vanwege zijn openheid tijdens het politieonderzoek en het ontbreken van eerdere veroordelingen legt het hof een gevangenisstraf van 16 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De veroordeling is mede gebaseerd op artikelen 14a, 14b en 14c van het Wetboek van Strafrecht. Het vonnis is uitgesproken op 3 juli 2019 door het Gerechtshof Den Haag.