ECLI:NL:GHDHA:2019:2614
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en verdeling gemeenschap na echtscheiding
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep in een civiele zaak betreffende partneralimentatie, echtscheiding en verdeling van de gemeenschap van goederen. Partijen zijn gehuwd in 2015 en hebben een minderjarig kind geboren in 2017. De rechtbank had de echtscheiding uitgesproken en kinderalimentatie vastgesteld op €25 per maand.
De man kwam in hoger beroep tegen diverse onderdelen van de beschikking, waaronder de echtscheiding, kinderalimentatie en verdeling van schulden en goederen. De vrouw voerde verweer en stelde tevens incidenteel hoger beroep in. Het hof oordeelde dat de vrouw ontvankelijk was in haar verzoek tot echtscheiding, ondanks het ontbreken van een ouderschapsplan, omdat partijen niet in staat waren constructief overleg te voeren.
Het hof stelde de behoefte van het kind vast op €458 per maand en beoordeelde ambtshalve de draagkracht van partijen. De vrouw kon niet de helft van de behoefte dragen, de man kon binnen een half jaar een inkomen verwerven om €150 per maand kinderalimentatie te betalen. De verdeling van de inboedel werd als redelijk en billijk beoordeeld. De man werd veroordeeld tot vergoeding van kinderbijslag aan de vrouw en werd alleen draagplichtig gesteld voor een schuld aan zijn moeder, vanwege uitzonderlijke omstandigheden. De bestreden beschikking werd op deze punten vernietigd en aangepast.
Uitkomst: De man moet vanaf 1 februari 2020 €150 per maand kinderalimentatie betalen en is alleen draagplichtig voor de schuld aan zijn moeder.