Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 21 mei 2019
[appellante] ,
de vennootschap onder firma VIPKIDS,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
heeftgemaakt van de opvang, maar of zij daarvan gebruik
konmaken. Vast staat dat dit laatste het geval was: Vipkids heeft onbetwist gesteld dat de zoon van [appellante] ook de tweede helft van 2015 naar de opvang kon komen gedurende 230 uur per maand. Een enkele keer viel er een dag uit, maar Vipkids heeft ter comparitie in appel uiteengezet dat en waarom de overeenkomst daarin voorzag en dit is niet weersproken. Het bij akte door [appellante] gedane aanbod om door middel van getuigen te bewijzen dat haar zoon niet 230 uur per week (bedoeld is waarschijnlijk: per maand) naar de opvang is geweest (akte 27 februari 2018, alinea 2), is dus niet ter zake dienend. Ten overvloede merkt het hof op dat het dossier aanwijzingen bevat dat de stelling van [appellante] dat haar zoon in de tweede helft van 2015 helemaal niet meer naar de opvang is geweest, niet juist is. Zo heeft [appellante] bij conclusie van antwoord nog opgemerkt dat haar zoontje het laatste half jaar “nog maar sporadisch” ging en er bevinden zich ook mails in het dossier die erop lijken te duiden dat de zoon van [appellante] minstgenomen af en toe nog naar de opvang ging. Mocht de redenering van [appellante] (alleen betaalplicht voor zover van de opvang gebruik is gemaakt) dus al worden gevolgd, dan is in zoverre nog steeds niet duidelijk waarom [appellante] helemaal niets meer zou hoeven te betalen.