ECLI:NL:GHDHA:2019:2777
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- F. Ibili
- P.B. Kamminga
- E.C. Punselie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag wegens ontbreken toekomstperspectief voor minderjarige
Het gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep van de vader tegen de beschikking van de rechtbank Rotterdam waarbij het ouderlijk gezag over zijn minderjarige kind werd beëindigd en een gecertificeerde instelling tot voogd werd benoemd.
De vader betoogde dat het perspectief voor het kind onduidelijk is en dat de gecertificeerde instelling niet binnen een aanvaardbare termijn een perspectief biedende plek heeft gevonden. Hij wilde het gezag behouden zolang geen duidelijk toekomstperspectief bestaat.
De raad en de gecertificeerde instelling stelden dat het perspectief niet bij de ouders ligt en dat het kind vanwege haar complexe problematiek gebaat is bij stabiliteit en structuur buiten het ouderlijk gezag. Het hof oordeelde dat het belang van het kind bij duidelijkheid en stabiliteit zwaarder weegt dan het belang van de vader om het gezag te behouden.
Het hof bekrachtigde de beëindiging van het gezag en benadrukte dat de vader betrokken kan blijven bij essentiële zaken en dat de gecertificeerde instelling zich zal inspannen voor een perspectief biedende plek en een voogdijmedewerker tot de meerderjarigheid van het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de minderjarige vanwege het ontbreken van een toekomstperspectief bij de ouders.