ECLI:NL:GHDHA:2019:2788
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- R.L.M.C. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis over waardering en verdeling buitenlands onroerend goed in erfrechtelijke afwikkeling
In deze civiele zaak staat de vermogensrechtelijke afwikkeling van het derde huwelijk van erflater centraal, waarbij onroerend goed in Indonesië een belangrijke rol speelt. Erflater was in gemeenschap van goederen getrouwd en na echtscheiding ontstond een geschil over de verdeling van het vermogen. De rechtbank stelde in 2014 de vermogensrechtelijke afwikkeling vast, inclusief een schattingswaarde van het onroerend goed per 1 juli 2011.
Appellante betwistte de waardering en de peildatum, stellende dat de waarde van zowel de woning als de grond opnieuw getaxeerd moest worden op de datum van de verdeling (29 oktober 2014). Het hof oordeelt dat de Nederlandse rechter beperkte bevoegdheid heeft over goederenrechtelijke aspecten van buitenlands onroerend goed en dat het inschakelen van een deskundige in Indonesië complex en kostbaar is. De rechtbank heeft naar het oordeel van het hof zorgvuldig gehandeld en de peildatum redelijk gekozen.
Het hof wijst de grieven van appellante af, omdat zij haar stelplicht niet heeft voldaan en onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de waardering slechts de woning betrof. Tevens wordt appellante veroordeeld in de proceskosten. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis en verklaart het arrest uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af, waarbij appellante in de proceskosten wordt veroordeeld.