ECLI:NL:GHDHA:2019:2791
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- F. Ibili
- A.E. Sutorius-van Hees
- A.A.F. Donders
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep voogdijbenoeming minderjarige uit Curaçao in Nederland
In deze civiele zaak ging het om een verzoek tot voogdij over een minderjarige uit Curaçao die sinds februari 2019 bij zijn oudtante in Nederland verblijft. De moeder oefent het gezag uit maar is niet altijd bereikbaar en verblijft grotendeels op Curaçao. Verzoekster, de oudtante, vroeg de rechtbank om haar tot voogdes te benoemen, maar dit werd afgewezen.
In hoger beroep stelde verzoekster dat de moeder al dan niet tijdelijk niet in staat is het gezag uit te oefenen, mede vanwege haar verblijf op Curaçao en financiële problemen. De Raad voor de Kinderbescherming gaf een positief advies voor toewijzing. Het hof oordeelde dat het verzoek gebaseerd is op artikel 1:253q juncto 1:253r BW en de Voogdijregeling tussen Nederland en de Nederlandse Antillen, die voorziet in voogdij voor minderjarigen uit Curaçao die zonder ouders in Nederland wonen.
Het hof stelde vast dat de minderjarige een toekomst in Nederland wil opbouwen, bij verzoekster woont, en dat de moeder niet in Nederland wil blijven. Het hof achtte de moeder al dan niet tijdelijk onmachtig het gezag uit te oefenen en vond toewijzing van de voogdij aan verzoekster in het belang van de minderjarige. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en verzoekster benoemd tot voogdes. Tevens werd bepaald dat de Raad voor de Kinderbescherming het functioneren van de voogd zal onderzoeken.
Uitkomst: Het hof benoemt verzoekster tot voogdes over de minderjarige en vernietigt de beschikking van de rechtbank.