ECLI:NL:GHDHA:2019:2843
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- P.B. Kamminga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsrecht na wijziging bodemprocedure en dwangsommen
De vrouw is in hoger beroep gekomen tegen een vonnis van de voorzieningenrechter waarin zij werd veroordeeld tot nakoming van een telefonisch contact en begeleide omgangsregeling tussen de man en hun minderjarige dochter, met daaraan gekoppeld dwangsommen.
In de bodemprocedure is inmiddels een definitieve regeling getroffen over het omgangsrecht, waardoor het belang van de vrouw bij het hoger beroep voor zover gericht tegen de dwangsommen en nakoming van de omgangsregeling is komen te vervallen. Het hof oordeelt dat de vrouw zich voor de dwangsommen tot de rechter moet wenden die deze heeft opgelegd.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis alleen voor wat betreft de proceskostenveroordeling en compenseert deze kosten in eerste aanleg en hoger beroep, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het hoger beroep wordt voor het overige afgewezen en de door de man gevorderde kosten worden eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van de vrouw af behalve voor de proceskosten, die worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.