ECLI:NL:GHDHA:2019:291
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak diefstal en onttrekking valse geldbiljetten aan het verkeer
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor diefstal uit een woning en het bezit van valse geldbiljetten. De rechtbank sprak verdachte vrij van twee tenlastegelegde feiten en veroordeelde hem voor een derde feit tot zes maanden gevangenisstraf. Namens verdachte werd hoger beroep ingesteld tegen het vonnis, waaronder ook tegen de vrijspraken.
Het hof verklaarde verdachte niet-ontvankelijk voor het hoger beroep tegen de vrijspraken, omdat dit volgens artikel 404, vijfde lid, Sv niet mogelijk is. Vervolgens vernietigde het hof het vonnis voor het derde tenlastegelegde feit en sprak verdachte vrij omdat het bewijs onvoldoende was.
Daarnaast oordeelde het hof dat de inbeslaggenomen valse geldbiljetten, ondanks de vrijspraak, onttrokken moeten worden aan het verkeer omdat het bezit ervan strafbaar is en het algemeen belang dit vereist. Voor een ander soortgelijk biljet werden de voorwaarden voor onttrekking niet vervuld en werd teruggave bevolen.
Het arrest werd gewezen door drie rechters, waarbij een van hen niet kon medeondertekenen. Het vonnis werd uitgesproken op 31 januari 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van diefstal en valse geldbiljetten worden onttrokken aan het verkeer.