Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
of omstreeks19 januari 2018 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,opzettelijk een persoon genaamd [aangever]
van het leven te beroven danwelzwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die (op de grond liggende) [aangever]
meerdere malen, althanseenmaal,
(telkens)(
(met kracht
) op/tegen, althansin de richting van
,het hoofd
en/of het (boven)lichaamheeft geschopt
en/of getrapt, en/of
met een (metalen) deurstop, althans met een (hard) voorwerp) op/tegen het hoofd en/of het (boven)lichaam heeft gestompt en/of geslagen, en/of
daarbij heeft geroepen: "Maak hem dood, maak hem dood" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeks19 januari 2018 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een
of meerander
en, althans alleen[aangever] heeft mishandeld door die [aangever]
meermalen, althans eenmaal, (telkens)
op de grond te gooien/ten val te brengen
/te laten vallen, en
/of
, althans het lichaam,te schoppen/te trappen, en
/of
, althans op/tegen het hoofd en/of het lichaamte slaan en
/ofte stompen, en/
of
neus/mond dicht te houden
/dicht te knijpen,en
/of
(met kracht)aan het hoofdhaar te trekken
/mee te sleuren.
de eendaadse samenloop van
medeplegen van poging tot zware mishandeling.
en
medeplegen van mishandeling.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
6 (zes) maanden.
Vordering van de benadeelde partij [aangever]
€ 2.718,50 (tweeduizend zevenhonderdachttien euro en vijftig cent) bestaande uit € 218,50 (tweehonderdachttien euro en vijftig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.718,50 (tweeduizend zevenhonderdachttien euro en vijftig cent) bestaande uit € 218,50 (tweehonderdachttien euro en vijftig cent) materiële schade en € 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
37 (zevenendertig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.