Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
- voor recht verklaard dat de man samen met de vrouw met het gezag over [minderjarige] is belast;
- het verzoek van de man om hem met het eenhoofdig gezag over [minderjarige] te belasten afgewezen;
- het verzoek van de vrouw tot vervangende toestemming tot verhuizing met [minderjarige] en tot inschrijving van [minderjarige] op een school in België afgewezen;
- bepaald dat [minderjarige] haar hoofdverblijfplaats zal hebben:
- de man vervangende toestemming verleend, die de toestemming van de vrouw vervangt, om [minderjarige] - in het geval de vrouw niet binnen vier maanden na de datum van deze beschikking in de gemeentelijke basisregistratie van de gemeente [gemeente] is ingeschreven - in te schrijven in voormelde basisregistratie op zijn adres;
- bepaald dat de volgende zorgregeling ten behoeve van [minderjarige] zal gelden:
- de door de man met ingang van 1 december 2017 te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] bepaald op € 109,- per maand, vanaf heden telkens bij vooruitbetaling aan de vrouw te voldoen;
- indien [minderjarige] de hoofdverblijfplaats bij de man zal krijgen: de door de vrouw te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van [minderjarige] bepaald op € 109,- per maand, vanaf de datum dat [minderjarige] haar hoofdverblijf bij de man heeft telkens bij vooruitbetaling aan de man te voldoen;
- de vrouw veroordeeld in de kosten van deze procedure, aan de zijde van de man tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 1.383,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief;
- de vrouw niet-ontvankelijk te verklaren in haar grieven, althans deze grieven te verwerpen en het beroep ongegrond te verklaren;
- de bestreden beschikking te bekrachtigen, en
- de vrouw in de daadwerkelijke kosten van deze procedure van € 5.000,- te veroordelen.