Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
beschikking van 12 november 2019
[verzoekster],
Tandheelkundig Centrum Nootdorp B.V.,
Verloop van het geding
Beoordeling van het hoger beroep
“opsturen naar [adres] (…) [plaats]”.
- de opzegging c.q. beëindiging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen, althans te verklaren voor recht dat tot 1 november 2019 sprake is van een (verlengde) arbeidsovereenkomst met dezelfde inhoud als de overeenkomst die partijen met ingang van 1 november 2017 zijn aangegaan;
- TCN te veroordelen tot (door)betaling van het overeengekomen loon over de maanden november en december 2018, te vermeerderen met de wettelijke verhoging over het loon van november 2018.
“Want als jullie niet verlengen kan ik op tijd naar iets anders zoeken”maakte daarbij duidelijk dat het voor [verzoekster] van belang was daar (op korte termijn) zekerheid over te krijgen. Dit belang moet ook voor [X] (TCN) duidelijk zijn geweest.
“…ik bedoel daarmee ik wil wel verlengen ”,met de nadruk op ‘verlengen’
.Waar [X] het bericht bovendien ook nog afsluit met de woorden:
“sorry voor het misverstand schat”, is het hof van oordeel dat [verzoekster] dit heeft kunnen en mogen opvatten als een toezegging dat haar dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd zou worden voortgezet. Dat [X] tegen het einde van haar bericht (met een dubbele ontkenning) ook nog zegt
“dus ik zeg ik ben niet van plan om contract niet [nadruk] te verlengen”maakt dit naar het oordeel van het hof niet anders. [X] zegt dit immers in het tweede deel van het bericht, waarin zij na de met nadruk uitgesproken mededeling dat
“ik wil wel verlengen”uitlegt hoe het is gekomen dat haar eerdere bericht onduidelijk was. [verzoekster] heeft dit dan ook redelijkerwijs niet hoeven opvatten als het uiteindelijke antwoord op haar vraag (in de zin dat [X] nog geen definitieve toezegging wilde doen), zoals TCN betoogt.
“O oké. Ja gelukkig ik was al bezig met andere dingen zoeken”. Aangenomen dat [X] bedoeld had te zeggen dat de arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd, althans dat zij daarover nog geen definitieve uitspraak wilde doen, had het dan ook op haar weg gelegen om [verzoekster] meteen uit de droom te helpen. Dit heeft [X] echter niet gedaan, ook niet toen [verzoekster] op 11 september 2018 vroeg naar haar nieuwe contract. De reactie:
“[Y] is er morgen, even afronden!”laat zich niet anders lezen dan dat [Y] het een en ander de volgende dag met [verzoekster] in orde zou maken en in de context van de eerdere communicatie heeft [verzoekster] dit dan ook zonder meer mogen opvatten als een nadere bevestiging van de eerdere toezegging dat de arbeidsovereenkomst zou worden verlengd.
- Waar de billijke vergoeding van artikel 7:683 lid 3 BW Pro dient als alternatief voor herstel van de arbeidsovereenkomst, ligt het in de rede dat de appelrechter in zijn beoordeling de gevolgen voor de werknemer van het verlies van arbeidsovereenkomst betrekt. Die gevolgen worden mede bepaald door de ‘waarde’ van de die de arbeidsovereenkomst (nog) had;
- Daarnaast dient de appelrechter ook de overige omstandigheden van het geval in aanmerking te nemen, waaronder de (mate van) eventuele verwijtbaarheid van het handelen of nalaten van de werkgever of het ontbreken daarvan;
- Voorts kunnen ook de (overige) gezichtspunten, genoemd in HR 30 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1187 (New Hairstyle) worden toegepast. Op grond van deze beschikking dient de (appel)rechter de billijke vergoeding te bepalen op een wijze die, en op het niveau dat, aansluit bij de uitzonderlijke omstandigheden van het geval, waarbij geldt dat de billijke vergoeding ‘geen specifiek punitief karakter’ heeft, maar er wel mede toe strekt tegen te gaan dat het voor een werkgever voordeliger is te kiezen voor een vernietigbare opzegging dan voor een rechtmatige beëindiging van de arbeidsovereenkomst.