ECLI:NL:GHDHA:2019:303
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voeging hoger beroepen in geschil over vereffening nalatenschap en vaststelling vaderlijk erfdeel
Deze zaak betreft een geschil over de vereffening van de nalatenschap van een overleden moeder, waarbij de erfgenamen het niet eens konden worden over de boedelbeschrijvingen. De kantonrechter had een vereffenaar benoemd die vervolgens een verklaring voor recht vorderde over diverse geschilpunten. Een van de erfgenamen, appellant in hoger beroep, verzocht om voeging van zijn zaak met een andere hoger beroepszaak van een mede-erfgenaam, vanwege samenhang.
Het hof oordeelt dat de zaken zodanig verknocht zijn dat voeging op grond van artikel 222 Rv Pro passend is, zodat de procedures gelijktijdig behandeld kunnen worden. Daarnaast verklaart het hof dat uitvoerbaarverklaring bij voorraad niet nodig is, omdat tegen de voegingsbeslissing geen rechtsmiddel openstaat.
In het incident verklaart het hof onder meer dat de zus de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, stelt het vaderlijk erfdeel per erfgenaam vast op € 24.283,59 met rente, en wijst het overige gevorderde af. De proceskosten in het incident worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor memorie van grieven, en verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: Het hof beveelt voeging van de hoger beroepen, compenseert de proceskosten in het incident en verwijst de zaak naar de rol voor memorie van grieven.