ECLI:NL:GHDHA:2019:304
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over vereffening nalatenschap en voeging van procedures in hoger beroep
Deze zaak betreft een geschil over de vereffening van de nalatenschap van een overleden moeder, waarbij de erfgenamen het niet eens konden worden over verschillende boedelbeschrijvingen. De moeder was overleden in 2012, de vader in 1984, met een ouderlijke boedelverdeling die de bezittingen aan de moeder toekende en de kinderen een niet-opeisbare vordering gaf.
De vereffenaar, benoemd na het ontslag van de executeur, heeft de erfgenamen gedagvaard wegens geschillen over de boedelbeschrijvingen. In het bestreden vonnis heeft de rechtbank op deze geschilpunten beslist. Een van de erfgenamen, [Broer een], vordert voeging van zijn hoger beroep bij deze procedure vanwege de samenhang van de zaken.
Het hof oordeelt dat de zaken verknocht zijn en beveelt ambtshalve voeging, waarbij ook niet in hoger beroep gedagvaarde erfgenamen worden opgeroepen om betrokken te zijn. De vordering tot tussenkomst van [Broer een] wordt afgewezen omdat deze door de oproeping van de erfgenamen overbodig is geworden. Verder verklaart het hof diverse verklaringen voor recht over de nalatenschap en compenseert de proceskosten in het incident.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 26 februari 2019 voor verdere behandeling, waarbij memorie van grieven kan worden ingediend. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Het hof beveelt voeging van de procedures, roept niet in hoger beroep gedagvaarde erfgenamen op en compenseert de proceskosten in het incident.