ECLI:NL:GHDHA:2019:3078
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Schorsing voorlopige hechtenis na langdurige procedure in hoger beroep
De verdachte is door de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7 jaar en heeft hoger beroep ingesteld. Sinds juni 2017 zit hij bijna 3 jaar en 9 maanden in voorlopige hechtenis. De procedure bij het hof heeft meerdere malen lange stilstand gekend, onder meer door onderzoekswensen en het uitbrengen van deskundigenrapporten. Na een inhoudelijke behandeling in augustus 2019 werd de zaak aangehouden tot maart 2020, wat opnieuw een lange periode zonder inhoudelijke voortgang betekent.
Het hof overweegt dat hoewel er ernstige bezwaren zijn voor voorlopige hechtenis, de langdurige en onnodige stilstand in de procedure het belang van de verdachte om in vrijheid te wachten op zijn berechting zwaarder weegt dan het belang van de samenleving bij voortzetting van de hechtenis. Daarom wordt het bevel tot voorlopige hechtenis geschorst onder algemene en bijzondere voorwaarden, waaronder meldingsplicht bij reclassering en verblijf op een bepaald adres.
De schorsing gaat in op 8 november 2019 om 9:00 uur. De verdachte moet zich houden aan strikte voorwaarden, waaronder geen contact met bepaalde personen en medewerking aan identificatie. Het hof benadrukt het belang van een zorgvuldige afweging tussen het belang van de samenleving en het recht van de verdachte op een tijdige berechting in vrijheid.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis toe en schorst het bevel onder voorwaarden vanaf 8 november 2019.