ECLI:NL:GHDHA:2019:3146
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep verlaging kinderalimentatie wegens staking onderneming en schuldenlast
In deze civiele zaak in hoger beroep staat de vraag centraal of de man recht heeft op verlaging van de kinderalimentatie nadat hij zijn eenmanszaak heeft gestaakt en in loondienst is getreden. De rechtbank had het verzoek tot verlaging afgewezen, maar het hof beoordeelt de gewijzigde omstandigheden opnieuw.
Het hof constateert dat de man geen verwijtbaar inkomensverlies heeft geleden. De winst uit zijn onderneming daalde fors en hij was genoodzaakt te stoppen vanwege het verlies van een grote opdrachtgever en zijn gezondheidstoestand. De keuze om in loondienst te gaan wordt als redelijk en verantwoord beschouwd. Het hof onderscheidt twee perioden: van 21 mei 2018 tot 17 december 2018 met een inkomen van €1.500 bruto per vier weken, en vanaf 17 december 2018 met een Ziektewetuitkering van €255,60 per week.
Daarnaast heeft de man een aanzienlijke schuldenlast van ruim €220.000,-, die zijn draagkracht ernstig beperkt. Gezien deze omstandigheden acht het hof het niet redelijk dat de man kinderalimentatie betaalt zolang hij bezig is met schuldensanering. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en de kinderalimentatie wordt met ingang van 21 mei 2018 op nihil gesteld. Eventueel teveel betaalde alimentatie hoeft niet te worden terugbetaald.
Uitkomst: De kinderalimentatie wordt met ingang van 21 mei 2018 op nihil gesteld vanwege het ontbreken van verwijtbaar inkomensverlies en een hoge schuldenlast.