ECLI:NL:GHDHA:2019:315
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toedeling woning aan man na gewijzigde afspraak in echtscheidingsconvenant
Partijen waren getrouwd en maakten bij hun echtscheiding afspraken over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, waaronder de gezamenlijke woning. In het echtscheidingsconvenant was afgesproken dat de woning zou worden verkocht en de opbrengst verdeeld.
Later, tijdens een zitting in een procedure, maakten partijen een nieuwe afspraak dat de man de woning kon overnemen tegen een marktconforme taxatiewaarde, waarbij de eerdere verkoopafspraak kwam te vervallen. De rechtbank kende de woning toe aan de man onder de voorwaarde dat hij financiering zou verkrijgen en de vrouw haar deel van de overwaarde zou ontvangen.
De vrouw voerde in hoger beroep aan dat de woning ten onrechte aan de man was toegewezen en dat de oorspronkelijke verkoopafspraak nog steeds gold. Ook stelde zij dat zij door de vertraging en overname benadeeld werd, onder meer door lagere kinderalimentatie. Het hof oordeelde dat de nieuwe afspraak de eerdere verkoopafspraak verving en dat de vrouw niet aan deze afspraak was gebonden omdat zij daardoor onredelijk werd benadeeld. Vertraging was niet alleen aan de man toe te rekenen en alimentatiekwesties horen thuis in een procedure op grond van artikel 1:401 BW Pro. De grief van de vrouw faalde en het vonnis werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de toedeling van de woning aan de man en wijst het beroep van de vrouw af.