ECLI:NL:GHDHA:2019:3202

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
6 december 2019
Publicatiedatum
6 december 2019
Zaaknummer
22-002443-19
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 OpiumwetArt. 62a RO
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs hennepkwekerij in opbouw

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter is de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit van het bewerken, verwerken of voorhanden hebben van goederen bestemd voor een hennepkwekerij.

De zaak betrof het aantreffen van isolatiemateriaal, watertonnen, houten rekken en een ruimte met gaten in het plafond in een bedrijfsunit te Epe. Hoewel deze omstandigheden op een hennepkwekerij zouden kunnen wijzen, kon het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen dat sprake was van een hennepkwekerij in opbouw.

De advocaat-generaal had een taakstraf geëist, maar het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de verdachte werd vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor hennepkwekerij in opbouw.

Uitspraak

Rolnummer: 22-002443-19
Parketnummer: 05-157509-16
Datum uitspraak: 6 december 2019
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Gelderland van 31 oktober 2016 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1983,
[BRP-adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van dit hof op 22 november 2019.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Verwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag
De zaak is onder rolnummer 21-001385-18 aanhangig gemaakt bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, en vervolgens – op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) in verband met de “Regeling tijdelijke aanwijzing gerechtshof Den Haag voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 2019” (Stcrt. 2019, nr. 22870) – verwezen naar het gerechtshof Den Haag, dat ingevolge genoemde Regeling is aangewezen als ander gerechtshof als bedoeld in artikel 62a, eerste lid, RO.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 februari 2016 te Epe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen stoffen en/of voorwerpen heeft bewerkt, verwerkt of voorhanden gehad, te weten isolatiemateriaal en/of watertonnen en/of houten rekken, dan wel ruimten en/of gegevens voorhanden heeft gehad, te weten een (aantal) sleutel(s) van en/of een (bovenruimte in een) pand/bedrijfsunit gelegen aan/in de [adres] waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten.
Vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep wordt vernietigd en dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.
Beoordeling van het vonnis
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Anders dan de advocaat-generaal is het hof – met de verdediging – van oordeel dat hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend is bewezen.
Uit het proces-verbaal van aanhouding d.d. 9 februari 2016 volgt dat de wanden en het dak van de ruimte op de bovenverdieping van het bedrijfspand aan [adres] in Epe volledig waren voorzien van isolatiemateriaal en dat in het pand twee tonnen water, twee houten rekken en een grote hoeveelheid isolatiemateriaal is aangetroffen. In het plafond van de genoemde ruimte zaten ronde gaten. Naar het oordeel van het hof kan niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat de aangetroffen situatie moet worden aangemerkt als een hennepkwekerij in opbouw, en dat voornoemde goederen dus bestemd waren voor de (beroeps- of bedrijfsmatige dan wel grootschalige) teelt van hennep. Reeds om deze reden zal het hof de verdachte vrijspreken van het hem ten laste gelegde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreekt de verdachtedaarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. H.C. Plugge,
mr. H.M.D. de Jong en mr. B.P. de Boer, in bijzijn van de griffier mr. N. van Burgsteden.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 6 december 2019.
Mr. B.P. de Boer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.