ECLI:NL:GHDHA:2019:3209
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake terugbetaling geldlening na beëindiging samenleving
Partijen hadden een affectieve relatie die eindigde, waarna de man geldbedragen aan de vrouw heeft overgemaakt. De vrouw betwistte dat deze bedragen leningen waren en stelde dat sprake was van schenkingen. De kantonrechter veroordeelde de vrouw tot terugbetaling van €2.536,- plus wettelijke rente.
In hoger beroep voerde de vrouw aan dat de bedragen schenkingen waren en dat zij niet kon terugbetalen. Het hof oordeelde dat de vrouw haar stelplicht en bewijslast niet had voldaan en bevestigde dat de bedragen als lening moesten worden aangemerkt. Tevens corrigeerde het hof het bedrag dat de vrouw al had terugbetaald naar €1.036,-, waardoor het nog terug te betalen bedrag op €2.386,- kwam.
De vrouw voerde ook aan dat de wettelijke rente niet verschuldigd was, maar het hof wees dit af omdat wettelijke rente ook zonder schriftelijke afspraak verschuldigd is wanneer de schuldenaar in verzuim is. Het hof veroordeelde de vrouw tot betaling van het aangepaste bedrag met rente en in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld tot terugbetaling van €2.386,- plus wettelijke rente vanaf 22 december 2017.