ECLI:NL:GHDHA:2019:321
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- G.J. van Leijenhorst
- A.E. Sutorius-van Hees
- K. van Barneveld-Peters
- Rechtspraak.nl
Vernietiging omgangsondertoezichtstelling en geen omgang tussen vader en minderjarige
De zaak betreft een geschil over een omgangsregeling tussen een vader en zijn minderjarige kind na beëindiging van de relatie met de moeder, die het eenhoofdig gezag heeft. De vader heeft het kind erkend en verzocht om een omgangsregeling, maar de moeder verzet zich hiertegen vanwege zorgen over het welzijn van het kind en de spanningen binnen het gezin.
In eerste aanleg zijn meerdere beschikkingen gewezen, waaronder een ondertoezichtstelling om omgang op gang te brengen. Deze ondertoezichtstelling is in hoger beroep vernietigd. Het hof overweegt dat de vader ontvankelijk is in zijn verzoek tot omgang, gelet op zijn biologische vaderschap en de erkenning van het kind.
Het hof stelt vast dat de moeder en haar andere zoon psychische problemen hebben en dat er sprake is van spanningen en angsten rondom de vader. De vader is verdachte in een strafzaak, en het is onzeker of hij zal worden vervolgd. Gezien deze omstandigheden en het feit dat de omgang niet langer onder toezicht kan plaatsvinden, acht het hof het niet verantwoord om omgang af te dwingen.
Daarom vernietigt het hof de voorlopige omgangsregeling en bepaalt dat voorlopig geen omgang zal plaatsvinden totdat de rechtbank hier nader over beslist. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt de omgangsondertoezichtstelling en bepaalt dat voorlopig geen omgang tussen vader en minderjarige zal plaatsvinden.