Uitspraak
1.Het procesverloop in hoger beroep
- de vrouw in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op het gestelde in r.o. 2.5 en r.o 2.6 van de tussenbeschikking, en de vrouw toegelaten tot het leveren van tegenbewijs tegen het voorshandse oordeel van het hof, zoals in r.o. 2.5 van de tussenbeschikking weergegeven, door alle middelen rechtens;
- bepaald dat de vrouw genoemde reactie uiterlijk binnen vier weken na de datum van de beschikking moet indienen en dat de vrouw, indien zij het bewijs wil leveren door het overleggen van stukken, zij deze stukken binnen vier weken na de datum van de beschikking dient over te leggen;
- bepaald dat, voor zover de vrouw het bewijs zou willen leveren door middel van getuigen, het verhoor zal plaatsvinden in het Paleis van Justitie in Den Haag, op een nader te bepalen tijdstip ten overstaan van de raadsheer-commissaris;
- bepaald dat partijen binnen vier weken na de datum van de tussenbeschikking opgave doen van de verhinderdagen van partijen zelf, hun raadslieden en de getuigen, voor een periode van drie maanden na de datum van die opgave, waarna de raadsheer-commissaris dag en uur van het getuigenverhoor zal vaststellen;
- [appellante] en de vrouw in gelegenheid gesteld om binnen vier weken te reageren op de aan de tussenbeschikking gehechte uittreksels uit de Basisregistratie Personen, zoals overwogen in r.o. 2.7.
- een journaalbericht van de zijde van [appellante] van 1 oktober 2019 met bijlage ingekomen op 2 oktober 2019;
- een journaalbericht van de zijde van de vrouw van 21 oktober 2019 ingekomen op diezelfde datum.