ECLI:NL:GHDHA:2019:331
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Vervangende toestemming voor vaccinatie minderjarige in belang van het kind
De zaak betreft een geschil tussen ouders over het laten vaccineren van hun minderjarige kind volgens het Rijksvaccinatieprogramma. De vader verzoekt vervangende toestemming om de vaccinaties te laten uitvoeren, terwijl de moeder bezwaar maakt vanwege gezondheids- en veiligheidszorgen.
Het hof bevestigt het gezamenlijk gezag met beperkingen en verwijst naar artikel 1:253a BW voor geschillenbeslechting. Na een zorgvuldige belangenafweging oordeelt het hof dat vaccinatie in het belang van de minderjarige is, mede vanwege de bescherming tegen ziekten en de brede maatschappelijke steun voor het vaccinatieprogramma.
Het hof wijst het verzoek van de vader toe, vervangt de toestemming van de moeder en bepaalt dat de timing van de vaccinaties wordt afgestemd met Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West. Het verzoek van de vader om de moeder vooraf te informeren over tegenargumenten wordt afgewezen. De proceskosten worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof verleent de vader vervangende toestemming om de minderjarige te laten vaccineren volgens het Rijksvaccinatieprogramma en bepaalt dat de timing wordt afgestemd met Jeugdgezondheidszorg.