Uitspraak
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
Artikel 1 - partneralimentatie
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Het gerechtshof Den Haag heeft op 20 november 2019 uitspraak gedaan in een hoger beroep over partneralimentatie na echtscheiding. De man verzocht om beëindiging van zijn alimentatieplicht op grond van artikel 1:160 BW Pro, stellende dat de vrouw samenwoonde met een ander als waren zij gehuwd. De vrouw verzocht om wijziging van de alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden.
Het hof stelde vast dat hoewel er sprake was van een duurzame affectieve relatie tussen de vrouw en haar partner, niet was voldaan aan de strenge criteria van samenwonen als waren zij gehuwd, zoals wederzijdse verzorging en gezamenlijke huishouding. Ook werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er een gezamenlijke financiële huishouding was.
Daarnaast oordeelde het hof dat het wegvallen van de WW-uitkering van de vrouw geen rechtens relevante wijziging van omstandigheden opleverde, mede vanwege de package-deal bij het echtscheidingsconvenant en het tijdsverloop sinds het wegvallen van de uitkering.
Het hof wees het verzoek tot terugbetaling van te veel ontvangen alimentatie af en besloot de proceskosten te compenseren, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De partneralimentatieverplichting blijft van kracht omdat niet is vastgesteld dat de vrouw samenwoont als waren zij gehuwd met een ander en er is geen wijziging van alimentatie.