ECLI:NL:GHDHA:2019:3726
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rijden onder invloed wegens onvoldoende bewijs betrouwbaarheid ademanalyse-apparaat
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het besturen van een personenauto onder invloed van alcohol op 6 februari 2016 te Leiden. Het hof behandelde het hoger beroep en nam kennis van de vordering van de advocaat-generaal en de verdediging.
De kern van het geschil betrof de betrouwbaarheid van het ademanalyse-apparaat dat werd gebruikt voor het ademonderzoek. De verdachte ontkende het rijden onder invloed en betwistte de geldigheid van het apparaat, omdat de NMI-verklaring bij het apparaat was verlopen op 5 juni 2015, terwijl de meting plaatsvond op 6 februari 2016.
Het hof heeft het onderzoek heropend om een juiste NMI-verklaring te verkrijgen, maar dit bleek niet mogelijk. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het apparaat ten tijde van de meting aan de wettelijke voorschriften voldeed. Gezien de ontkennende houding van de verdachte en het ontbreken van ander bewijs, oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend bewezen was dat de verdachte onder invloed had gereden.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter, verklaarde niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde had begaan en sprak hem vrij. Tevens werd de eerder uitgevaardigde strafbeschikking vernietigd.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van rijden onder invloed door onbetrouwbaarheid ademanalyse-apparaat.