ECLI:NL:GHDHA:2019:3742

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
5 februari 2019
Publicatiedatum
3 maart 2020
Zaaknummer
200.246.525/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 347 lid 1 RvArt. 4.2 SORArt. 4.4 SOR
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bekrachtiging vonnis rechtbank in civiele zaak na Second Opinion-procedure

In deze civiele procedure heeft appellante hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Den Haag. Het hof verwijst naar het tussenarrest waarin een comparitie van partijen was gelast, maar deze comparitie heeft niet plaatsgevonden omdat partijen verzochten om toepassing van de Second Opinion-procedure.

Appellante trok haar memorie van grieven in en partijen vulden gezamenlijk het SO-formulier in, waarmee zij instemden met het Second Opinion Reglement. Het hof nam de overwegingen van de kantonrechter over en maakte deze tot de zijne, waarna het bestreden vonnis werd bekrachtigd zonder nadere motivering.

Appellante werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, welke beperkt zijn tot het door geïntimeerden betaalde griffierecht van €1.649,00. De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Het arrest werd uitgesproken door het hof Den Haag op 5 februari 2019.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep van appellante af met veroordeling in beperkte proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.246.525/01
Zaaknummer rechtbank : 6339198/ CV EXPL 17-4336

arrest van 5 februari 2019

inzake

[appellante],

wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna te noemen: [appellante],
advocaat: mr. L.C. Blok te Zoetermeer,
tegen

1. [geïntimeerde 1],

2. [geïntimeerde 2]

beiden wonende te [woonplaats],
geïntimeerden,
hierna te noemen: [geïntimeerde 1] c.s.,
advocaat: mr. J.C. Dorrepaal te Alphen aan den Rijn.

Het geding

Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot dan toe naar het tussenarrest van 11 december 2018, waarbij een comparitie van partijen is gelast. De comparitie heeft niet plaatsgevonden. Partijen hebben voorafgaande aan de comparitie verzocht om toelating tot de Second Opinion-procedure. [appellante] heeft daartoe de reeds genomen memorie van grieven ingetrokken. De behandelend advocaten hebben een SO-formulier als bedoeld in het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en ondertekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, waarna arrest is bepaald.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

1. Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 347 lid 1 Rv Pro te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellante] bestaat eruit dat de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Gouda) niet heeft beslist overeenkomstig zij in eerste aanleg had gevorderd.
2. Het hof – dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg – neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellante] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door [geïntimeerde 1] c.s. betaalde griffierecht van € 1.649,00.

Beslissing

Het hof
- bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
- veroordeelt [appellante] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerde 1] c.s. begroot op een bedrag van € 1.649,00 voor griffierecht;
- verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.J. Ruijpers, J.J. van der Helm en A.A. Muilwijk-Schaaij en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 februari 2019 in aanwezigheid van de griffier.