ECLI:NL:GHDHA:2019:3880
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- A.N. Labohm
- A.H.N. Stollenwerck
- L.H.M. Zonnenberg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie en verdeling huwelijksgemeenschap na echtscheiding
Het Gerechtshof Den Haag behandelde het hoger beroep in een civiele zaak over partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschap na ontbinding van het huwelijk op 14 januari 2019.
De man, die tijdens het huwelijk voornamelijk in loondienst werkte en later ondernemer werd met een aanzienlijk hoger inkomen, betwistte de behoefte van de vrouw aan partneralimentatie. De vrouw stelde een hogere behoefte vast dan de rechtbank had bepaald. Het hof oordeelde dat de behoefte van de vrouw van €2.690 netto per maand redelijk was, gezien de levensstandaard tijdens het huwelijk en het hogere ondernemersinkomen van de man.
De vrouw werkt sinds 1 januari 2019 24 uur per week en verdient netto €1.451,27, wat het hof als voldoende inspanning beoordeelde. De aanvullende behoefte aan alimentatie werd vastgesteld op €1.239 netto per maand. De draagkracht van de man werd berekend op een bruto bijdrage van €964 per maand. Het hof bepaalde dat de vrouw geen terugbetaling hoeft te doen van eventueel teveel ontvangen alimentatie.
Verder oordeelde het hof over de verdeling van de gemeenschap, de waardering van auto’s en de advocaatkosten. Het hof verwierp de grief van de man over de waardering van de auto’s en wees het verzoek van de vrouw tot vergoeding van advocaatkosten af, omdat deze kosten uit de gemeenschap werden betaald. De bestreden beschikking werd vernietigd en deels opnieuw vastgesteld.
Uitkomst: De man moet vanaf 19 januari 2019 bruto €964 per maand aan partneralimentatie betalen; teveel betaalde alimentatie hoeft de vrouw niet terug te betalen; verzoek tot vergoeding advocaatkosten wordt afgewezen.