Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- op 15 oktober 2019 een V-formulier van 14 oktober 2019 met bijlagen;
- op 25 januari 2019 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage (gewijzigde/juiste petitum van de verzoeken in incidenteel appel);
- op 30 oktober 2019 een V-formulier van diezelfde datum met bijlage;
- op 31 oktober 2019 een V-formulier van diezelfde datum met bijlagen.
- bepaald dat de man, met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, voor de verzorging en opvoeding van de na te noemen minderjarige aan de vrouw zal betalen in de eerste vijf jaar een bedrag van € 2.290,- per maand, in de daarop volgende vijf jaar een bedrag van € 2.165,- per maand en daarna € 2.050,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en dat de man daarnaast de jaarlijkse schoolkosten aan de vrouw voldoet, mits de vrouw aantoont dat zij deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt dan wel dient te maken, waartoe zij de man inzicht zal geven in de betreffende nota;
- bepaald dat de man, met ingang van de dag waarop de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 3.000,- (netto) per maand in de eerste vijf jaar, een bedrag van € 2.000,- (netto) per maand in de daarop volgende vijf jaar en daarna € 1.000,- (netto) per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- in het kader van de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime naar Andorrees recht, onder voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand vastgesteld dat i) aan de vrouw worden toegedeeld de meubels, zonder nadere verrekening ii) de vrouw aan de man dient te voldoen een bedrag van € 98.152,-.
- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding (hierna ook: kinderalimentatie) van de minderjarige [de minderjarige] , geboren [in] 2011 te [geboorteplaats] ;
- de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw (hierna ook: partneralimentatie);
- de afwikkeling van het huwelijksvermogensregime van partijen.
het hof begrijpt: voor zover die vermogensrechtelijke afwikkeling aan het oordeel van het hof is onderworpen, en, opnieuw rechtdoende, al dan niet met wijziging en/of aanvulling van gronden:
€ 465.360,- bruto, dan wel een bedrag dat het hof in goede justitie juist acht, aan de vrouw te voldoen binnen 4 weken na afgifte van de beschikking, te storten op de bankrekening van de vrouw in Andorra met rekeningnummer [rekeningnummer] ;
€ 20.000,- per jaar;
Partneralimentatie
- partijen woonden voor het huwelijk in Nederland op basis van een Nederlands samenlevingscontract;
- vanaf hun feitelijk vertrek uit Nederland naar Andorra, waar zij twee jaar hebben gewoond, hebben zij steeds hun banden met Nederland aangehouden. Dit geldt ook voor de periode van één jaar en acht maanden die zij daarna in Maleisië hebben doorgebracht;
- partijen hebben op het moment van hun huwelijkssluiting niet kunnen voorzien dat Maleisisch recht op hun huwelijksvermogensregime van toepassing zou zijn en zulks is derhalve in strijd met hun gerechtvaardigde verwachtingen toentertijd.
- partijen zijn in Nederland juist gehuwd om naar het buitenland te vertrekken
- de man heeft op papier de langste huwelijksperiode in Maleisië doorgebracht.
- haar verdiencapaciteit is nooit zo hoog geweest als de man stelt. Het salaris dat zij genoot bij [voormalig werkgever van de man 3] , waar de man destijds als haar leidinggevende werkte, is niet representatief voor haar verdiencapaciteit, omdat de man haar bevoordeelde met een hoger salaris;
- de huidige baan van de vrouw op de internationale school van de minderjarige stelt haar in staat de extra zorg die de minderjarige volgens de hem behandelende psycholoog nodig heeft, aan hem te verlenen;
- de vrouw kan haar arbeidscontract voor de duur van vijf jaar met de school niet zomaar verbreken;
- haar diploma’s (bachelor economie, master econometrie, certificaat public relations management) zijn verouderd. Zij heeft geen actuele werkervaring in haar afstudeerrichting. Een terugkeer naar haar laatste werkveld - internationale gezondheidszorg sales - is evenmin mogelijk alleen al omdat zij dan veel zou moeten reizen, hetgeen zich niet verdraagt met de zorg voor de minderjarige;
- de man was het eens met en heeft actief meegewerkt aan de omscholing van de vrouw naar docente.
22 oktober 2018, althans per de inschrijvingsdatum van de echtscheidingsbeschikking.
- de beëindiging van zijn overeenkomst van opdracht met [voormalig werkgever van de man 1] , een Amerikaans bedrijf, is niet verwijtbaar;
- de huidige verdiencapaciteit van de man is maximaal € 120.000,- bruto per jaar (gezien het beperkte, specialistische werkgebied met weinig potentiële werkgevers en zijn gevorderde leeftijd van [leeftijd] );
- zolang de man geen inkomen heeft en zich daarvoor wel inspant, moet de partner- en kinderalimentatie op nihil worden gesteld;
- inkomen uit vermogen staat volgens de man los van inkomen uit betaalde arbeid. Bovendien bedroeg het rendement op het vermogen van de man € 14.784,- netto per jaar in plaats van het de door de rechtbank in aanmerking genomen rendement van € 36.000,- netto per jaar;
- de terugkeer naar Nederland waardoor de man weer belasting over zijn inkomen moet betalen, dient geen invloed te hebben op de hoogte van de hem toe te rekenen verdiencapaciteit. De man heeft de Nederlandse nationaliteit, heeft maar vier jaar in het buitenland gewoond en had slechts een tijdelijke verblijfsvergunning in Maleisië. Bovendien werkte hij niet in maar vanuit Maleisië.
€ 1.817.600,-. Daarnaast is er in haar opinie nog vermogen waarin de man geen inzicht wil geven.
€ 1.300.000,- = € 83.200,- per jaar, nog te verminderen met de belastingen van € 15.000,- per jaar.
Kinderalimentatie
Vermogensrechtelijke afwikkeling huwelijksvermogensregime
€ 23.402.-. Volgens hem kent het Andorrese recht geen gebruiksrecht van de auto, althans de door de vrouw overgelegde legal opions ter zake zijn niet onderbouwd met wetgeving of jurisprudentie. De man gaat expliciet in op de legal opinion van 16 januari 2018 van een advocaat in Andorra die door de vrouw in het geding is gebracht. Tevens gaat hij in op een e-mailbericht van 14 mei 2018 van diezelfde advocaat. Daarnaast is de man van mening dat bij de bepaling van de behoefte van de minderjarige al rekening is gehouden met vervoerskosten, dus de stelling van de vrouw dat ter zake sprake is van kinderalimentatie in natura gaat niet op.