ECLI:NL:GHDHA:2019:3968
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hof bevestigt echtscheiding en wijst vermogensverdeling af wegens Iraanse huwelijkse voorwaarden
Partijen, gehuwd in 2007 in Iran en met dubbele nationaliteit, zijn in hoger beroep verwikkeld over de echtscheiding en de vermogensrechtelijke afwikkeling. De rechtbank sprak de echtscheiding uit en stelde de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast, maar partijen gingen in hoger beroep tegen deze beslissingen.
Het hof bevestigde de echtscheiding omdat de vrouw volhardt in haar standpunt dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man verzocht partneralimentatie van de vrouw, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de vrouw geen inkomsten heeft en de man wel in staat wordt geacht te werken.
Belangrijk is dat het hof oordeelde dat de in de huwelijksakte opgenomen 'terms and conditions' kwalificeren als huwelijkse voorwaarden onder Iraans recht, dat toepasselijk is op het huwelijksvermogensregime. Hierdoor is het Nederlandse 'wagonstelsel' niet van toepassing en bestaat er geen gemeenschap van goederen.
Een clausule die de vrouw de helft van het tijdens het huwelijk opgebouwde vermogen ontzegt indien zij de echtscheiding verzoekt of faalt in huwelijkse plichten, werd door het hof wegens strijd met de Nederlandse openbare orde buiten toepassing gelaten. De vorderingen van partijen tot vermogensverdeling werden afgewezen vanwege de vermogensscheiding. De vordering van de vrouw tot afgifte van gouden munten (bruidsgave) werd afgewezen wegens onbepaaldheid, ondanks dat het Iraanse recht haar eigendom erkent.
De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bevestigt de echtscheiding, wijst de vermogensverdeling af wegens toepasselijkheid Iraans recht en laat strijdige clausule buiten toepassing.