Na ontbinding van het huwelijk van partijen en het gezamenlijk gezag over twee minderjarigen, is in eerste aanleg een beschikking gegeven over hoofdverblijfplaatsen, zorgverdeling en kinderalimentatie. In hoger beroep verzoekt appellante wijziging van het gezag, de hoofdverblijfplaats van een kind en verhoging van kinderalimentatie en partneralimentatie.
Het hof overweegt dat het gezamenlijk gezag gehandhaafd blijft omdat wijziging niet in het belang van de kinderen is, mede gelet op de ondertoezichtstelling en de inzet van de gecertificeerde instelling en de raad. Ook de hoofdverblijfplaats van de minderjarige 2 blijft ongewijzigd.
De kinderalimentatie wordt herberekend op basis van de draagkracht en behoefte van partijen en kinderen, waarbij een zorgkorting en zorgkosten worden meegenomen. De bijdrage van geïntimeerde wordt vastgesteld op €219,- voor de minderjarige 1 en €50,- voor de minderjarige 2 per maand. Partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende draagkracht. De proceskosten worden gecompenseerd.