Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 29 januari 2019
Mr. [naam],
WTZI Vastgoed-PBG B.V.,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
van rechtswege in de eigendom van de opstallen, onverminderd de bevoegdheid van de opstaller om de gebouwen, werken en beplanting die door haar zijn aangebracht dan wel van de vereniging zijn overgenomen tegen vergoeding van de waarde weg te nemen, mits de opstaller de onroerende zaak waarop het recht van opstal rust in de oude staat terugbrengt.
eerstegrief is gericht tegen de feitenvaststelling. Nu het hof de feiten zelfstandig heeft vastgesteld, heeft de curator bij deze grief geen belang.
tweedegrief (die bestaat uit verschillende onderdelen) is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat de curator niet heeft gedwaald. De curator heeft zich op het standpunt gesteld (1) de kantonrechter heeft miskend dat in het onderhavige geval niet is gedwaald met betrekking tot datgene waarover de onzekerheid bestond, maar ten aanzien van een punt dat door partijen onomstotelijk aan hun overeenkomst ten grondslag is gelegd. Er is niet gedwaald omtrent de hoogte van de schade die door PBG zou zijn geleden maar ten aanzien van het feit dat aan die discussie ten grondslag lag, namelijk het uitgangspunt dat PBG daadwerkelijk schade zou lijden en dientengevolge überhaupt gerechtigd was tot enige schadevergoeding bij oplevering, welke schade namelijk reëel moet worden begroot. De kantonrechter heeft volgens de curator volledig uit het oog verloren dat bij die onderhandelingen alleen de hoogte van de vervangende schadevergoeding nog ter discussie stond omdat het feit dat PBG daadwerkelijk schade zou gaan lijden tussen partijen was vastgesteld.
derdegrief is gericht tegen afwijzing van de vordering tot een redelijke waardevergoeding voor de opstal. Nu het beroep op dwaling niet slaagt en de curator reeds afstand had gedaan van de waardevergoeding komt het hof aan de beoordeling van deze grief niet toe.
vierdegrief heeft de kantonrechter ten onrechte geoordeeld dat alle geschillen nog altijd zijn afgedaan bij vaststellingsovereenkomst waarbij partijen elkaar over en weer finale kwijting verleenden, dat er geen sprake is van onverschuldigd betaalde sloopkosten en het beroep op dwaling van de curator niet kan slagen. Deze grief heeft geen zelfstandige betekenis en deelt het lot van de overige grieven.
vijfdegrief is gericht tegen de proceskostenveroordeling. Ook deze grief kan gelet op het voorgaande niet slagen.