Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
- op 9 oktober 2018 een faxbericht van diezelfde datum met bijlagen, op 10 oktober 2018 ingekomen als brief met bijlagen;
- op 17 oktober 2018 een V-formulier van 16 oktober 2018 met bijlagen.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie, partneralimentatie en de verdeling van de huwelijksgemeenschap na echtscheiding centraal. De man is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank over alimentatie en verdeling van woningen en schulden. De vrouw heeft incidenteel appel ingesteld.
Het hof bevestigt dat de vrouw tot 1 september 2019 niet in haar eigen levensonderhoud kan voorzien, waarna zij naar verwachting wel zelfstandig kan voorzien. De kinderalimentatie wordt vastgesteld op €705 per maand per kind vanaf 5 februari 2018. De partneralimentatie wordt vastgesteld op €3.546 per maand tot 1 juli 2018, daarna €1.675 per maand tot 1 september 2019 en vervolgens nihil.
Met betrekking tot de verdeling van de huwelijksgemeenschap wijst het hof de verkoop van de woningen af omdat partijen een contractuele verdeling zijn overeengekomen. De schuld aan de broer van de man wordt als gemeenschapsschuld beschouwd en gelijk verdeeld. De man wordt veroordeeld tot betaling van €5.500 aan de vrouw wegens overbedeling van de inboedel. De kosten van het hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof stelt kinderalimentatie en partneralimentatie vast met afbouw tot nihil, veroordeelt de man tot betaling van de helft van de inboedelwaarde en bevestigt de gelijke verdeling van de schuld aan de broer.