ECLI:NL:GHDHA:2019:531
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op gunning in aanbestedingsincident bij hoger beroep
In dit incident vordert TLN, een gepasseerde inschrijver, op grond van artikel 223 Rv Pro een verbod op gunning van bepaalde aanbestedingspercelen totdat het hof in de hoofdzaak heeft beslist. De aanbesteding betreft levering van leermiddelen en onderwijsdiensten door Stichting Carmelcollege, verdeeld in meerdere percelen en subpercelen.
TLN stelt dat de aanbestedingsprocedure onrechtmatig is vanwege bevoordeling van uitgevers ten opzichte van distributeurs, onder meer door de perceelindeling en gunningscriteria. De voorzieningenrechter in eerste aanleg wees de vorderingen af, en ook het hof volgt dit oordeel. Het hof benadrukt dat het stelsel van de Aanbestedingswet 2012 bepaalt dat tegen gunningsbeslissingen binnen een termijn van 20 kalenderdagen bezwaar moet worden gemaakt, en dat voorlopige voorzieningen alleen in eerste aanleg kunnen worden gevraagd.
Omdat TLN haar incidentele vordering indient voordat de termijn van 20 dagen was verstreken en niet zelf op de aanbesteding heeft ingeschreven, kan zij niet in hoger beroep een verbod op gunning afdwingen. Het hof wijst de incidentele vordering af en veroordeelt TLN in de proceskosten van het incident, terwijl de hoofdzaak wordt verwezen naar de rol voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van TLN tot verbod op gunning af en veroordeelt TLN in de proceskosten van het incident.